Ooievaars

Bekijk slideshow
Zoals de meeste van zijn verwanten, eet een ooievaar vooral regenwormen en grote insecten, maar ook jonge vogels (pullen van eenden), mollen, hagedissen en knaagdieren staan op het menu, tot aan het formaat van jonge hazen en konijnen aan toe. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, staat de kikker maar zeer spaarzaam op het menu. 1 Na het uitkomen zijn de jonge ooievaars gedeeltelijk bedekt met korte, verspreide, witachtige donsveren, dat meestal na een week wordt vervangen door een dichtere vacht van wollig wit dons. Bij het uitkomen heeft het kuiken rossige poten, die bij het ouder worden een grijsachtig zwarte kleur krijgen. De bek is zwart met een bruine punt. Tegen de tijd dat het jong veren krijgt, is het verenkleed gelijk aan dat van de volwassen exemplaren alhoewel de zwarte veren vaak wat bruine tinten heeft en de bek en poten een wat doffere bruinrode of oranje kleur hebben. De snavel is meestal oranje of rood met een donkere punt. De snavels krijgen de rode kleur van de ouders de daaropvolgende zomer alhoewel de zwarte punt bij sommige exemplaren zichtbaar blijft. Jonge ooievaars verkrijgen hun volwassen verenkleed in hun tweede zomer. 4 De ooievaar, ook wel uiver, eiber of stork genoemd, is een grote, witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten en snavel. Een ooievaar wordt 0,95 tot 1,10 m groot (bek tot uiteinde staart). De vleugelspanwijdte is 195 tot 215 cm[22] en wegen 2,3 tot 4,4 kg. Ooievaars hebben lange poten en een lange puntige snavel. Mannelijke en vrouwelijke exemplaren hebben, met uitzondering van hun grootte, hetzelfde uiterlijk. Het mannetje is hierbij gemiddeld groter dan het vrouwtje. Het verenkleed is voornamelijk wit met zwarte slagpennen en vleugeldekveren. Het zwart wordt veroorzaakt door het pigment melanine. De jongen verlaten 58 tot 64 dagen na het uitkomen het nest en worden hierna nog 7 tot 20 dagen gevoed door de ouders. Ooievaars op het nest Ooievaarsnest 1 ooievaarsnest onder een strakblauwe hemel ooievaar met jongen ooievaarsnest 2 De ooievaar, ook wel uiver, eiber of stork genoemd, is een grote, witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten en snavel. Een ooievaar wordt 0,95 tot 1,10 m groot (bek tot uiteinde staart). De vleugelspanwijdte is 195 tot 215 cm. en wegen 2,3 tot 4,4 kg. Ooievaars hebben lange poten en een lange puntige snavel. Mannelijke en vrouwelijke exemplaren hebben, met uitzondering van hun grootte, hetzelfde uiterlijk. Het mannetje is hierbij gemiddeld groter dan het vrouwtje. Het verenkleed is voornamelijk wit met zwarte slagpennen en vleugeldekveren. Het zwart wordt veroorzaakt door het pigment melanine. 1 Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het vrouwtje legt elk jaar één legsel van gewoonlijk vier eieren, die 33 tot 34 dagen na het leggen asynchroon uitkomen. Beide ouders broeden om beurten de eieren en voeden ook beide de jongen. De jongen verlaten 58 tot 64 dagen na het uitkomen het nest en worden hierna nog 7 tot 20 dagen gevoed door de ouders.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...

Alle categorieën

Toon alle categorieën