Best gewaardeerd

Best gewaardeerd

Bekijk slideshow
21 De witte ooievaar is een grote, witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten en snavel. Een ooievaar wordt ongeveer tussen de 100 en de 120 cm lang (bek tot uiteinde staart). De vleugelspanwijdte is 155 tot 165 cm. De vogel weegt 2,3 tot 4,4 kg. Ooievaars hebben lange poten en een lange puntige snavel. Mannelijke en vrouwelijke exemplaren hebben, met uitzondering van hun grootte, hetzelfde uiterlijk. Het mannetje is hierbij gemiddeld groter dan het vrouwtje. Het zwart van de slagpennen en vleugeldekveren wordt veroorzaakt door het pigment melanine. 14 Zonsopkomst. 15 Nieuwsgierig. 14 Onbewolkt. 10 Zonneschijn. 13 1 Lang gewacht en stil gezwegen..nooit gedacht en toch gekregen..al honderden keren voorbij zien zoeven..en nu landt ie zowat vlak naast me boven de sloot..mijn dag is volmaakt.. 8 Zelfs de boomklever kwam bij mij langs voor wat eten, toen voedsel schaars was op de dag dat deze foto gemaakt is. 9 De buizerd is een middelgrote tot grote roofvogel uit de familie van de havikachtigen. De wetenschappelijke naam van de soort werd als Falco buteo in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. De buizerd komt voor in het grootste gedeelte van Europa en delen van Azië. 7 Roodborstje. 5 Onbewolkt. 4 Zoekt het hoger op 7 Prachtig zonnig en een stralende blauwe lucht. Het is heerlijk buiten maar het windje is nog verraderlijk fris. 8 Grevelingen Battenoord Zuid Holland... 8 Ekster transporteert een takje naar het topje van een boom om daar een nieuw nest te bouwen. 7 Futen staan bekend om hun baltsgedrag. Dan zwemmen ze naar elkaar toe, met de hals gestrekt, en zwemmen tegen elkaar op, met de borst uit het water geheven. In het voorjaar bouwt een futenpaar een speelnest op het water waar op ze uiteindelijk paren. Kort daarna wordt langs de waterkant een steviger nest gebouwd, waarin 3 tot 4 bleek-blauwgroene eieren worden gelegd, die later verkleuren tot geel en bruin. 8 Zon en wolken. 8 Jong pimpelmeesje. 4 Drie zwanen in vlucht. 6 Circa 14 :15 uur 7 Ze verplaatsen zich op kenmerkende wijze: laag bij de grond onder struiken en heggen, scharrelend naar voedsel. Aan de scherpe snavel van de heggenmus is te zien dat het om een insecteneter gaat. In de winter eten ze ook kleine zaden.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...