Vanmiddag werd het in De Bilt 17,7 graden. Daarmee is het datumrecord van 17,8 graden uit 1989 nipt blijven staan. Wel was het op 2, 3, 4 en 5 maart recordwarm en dat is een bijzondere reeks van 4 dagen. In de hele meetreeks die in 1901 begint, kregen alleen de jaren 1922, 1976, 2004, 2007 en 2019 dat voor elkaar. Als vandaag het datumrecord zou zijn verbroken, dan hadden we een unieke serie van 5 dagen gehad. Door het saharastof in de lucht was de instraling van de zon iets minder en werd het record niet gehaald. Zonder het stof zou het een graad warmer zijn geworden.
Dit jaar heeft vanaf 2 maart 4 warmterecords op rij voor de maximumtemperatuur. Dit is een gedeeld record met de jaren 1922, 1976, 2004, 2007 en 2019. Ook in die jaren was er ergens in het jaar een serie van 4 warmterecords voor de maximumtemperatuur. Afgelopen dagen waaide steeds een warme wind uit Zuid-Europa. Daarmee werd warme lucht uit Spanje en Frankrijk aangevoerd. Door de klimaatverandering is deze warme wind veel warmer dan in zelfde situaties in de vorige eeuw. Door die reden vallen de warmterecords nu met bosjes.
Vliegbasis Twenthe was de warmste plek van het land met 19,4 graden. In 1989 was het in Oost-Maarland en Maastricht nog iets warmer met 20,0 graden.
De volgende records zijn de afgelopen dagen in De Bilt gehaald. Vandaag is het oude record uit 1989 blijven staan.
Afgelopen dagen zijn alle records verbroken, behalve die van 6 maart niet.
Wat zegt een datumrecord?
Datumrecords zeggen behalve dat het op een bepaalde dag veel warmer of kouder dan gemiddeld is, niks over klimaatverandering. Ook schommelen de records behoorlijk. Zo was het datumrecord van 4 maart (15,0 graden) veel makkelijker te verbreken dan het datumrecord van vandaag (17,8 graden).
De verhouding tussen het aantal warmte- en kouderecords zegt wel wat over klimaatverandering. Zonder klimaatverandering is dit aantal namelijk ongeveer hetzelfde. Zo werden in de jaren ’80 van de vorige eeuw jaarlijks gemiddeld zo’n 5 warmte- en 5 kouderecords verbroken. Kijken we naar deze eeuw, dan zijn er in totaal, als de maximum- en minimumrecords bij elkaar op worden geteld, 354 warmterecords tegenover 33 kouderecords. Dat is een verhouding van bijna 11 warmterecords tegen 1 kouderecord.

Het totale aantal warmte- en kouderecords voor zowel de minimum- als maximumtemperatuur, bij elkaar opgeteld. Kouderecords komen deze eeuw bijna niet meer voor.
64 warmterecords
De laatste jaren slaan alles. Sinds 2023 is het nooit meer tot een kouderecord gekomen, maar waren er wel 64 warmterecords. Het jaar 2024 bracht een grote bijdrage van 25 warmterecords, het hoogste aantal sinds 1901. Vorig jaar waren er 16 warmterecords.
Ter vergelijking: in 1956 werden 24 kouderecords gevestigd, vooral door de extreem koude februarimaand van dat jaar. In die maand werd een reeks van 6 recordkoude nachten op rij gemeten, zoiets is daarna nooit meer gebeurd.
