Veluwe

Bekijk slideshow
6 Wilde zwijnen leven in groepen die rotten worden genoemd en bestaan uit vrouwtjes met hun jongen en een- en tweejarige zwijnen. Een typische rotte bestaat uit twee à drie vrouwtjes en de groep bestaat vaak uit ongeveer twintig individuen. Groepen van groter dan 50 individuen zijn echter vastgesteld. Keilers leven buiten de paringstijd meestal solitair. Onvolwassen mannetjes kunnen zich soms in los groepsverband ophouden. 8 Gemiddeld hebben wilde zwijnen een kop-romplengte van 120–180 cm en een schofthoogte van 90 cm. Het gewicht van een wilde zwijn varieert veel binnen het verspreidingsgebied. In Centraal-Italië wegen volwassen wilde zwijnen tussen de 80 en 100 kg. Keilers geschoten in Toscane wogen tot 150 kg. In 1999 werd in de Franse Ardennen een exemplaar geschoten van 227 kg. In de Karpaten bereiken keilers een gewicht tot ongeveer 200 kg, terwijl wilde zwijnen in Roemenië en Rusland een gewicht van 300 kg kunnen bereiken. De biggen zijn bij de geboorte ongeveer 1,1 kilogram zwaar. Bloeiende paarse heide op de Posbank Veluwe vandaag. Schitterend de kleurenpracht nu. Nog net tussen de buien door even snel foto gemaakt. Het was druk maar netjes afstand gehouden. Blijkbaar dachten veel mensen even kijken naar de heide. 3 In Nederland komen heidevelden voor op zandgronden (oostelijk Friesland, Zuidoost-Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, oostelijk Utrecht, Het Gooi, Noord-Brabant en Limburg), de Waddeneilanden en in de kalkarme duingebieden ten noorden van Bergen. 3 Veel zand, mooie slingerende maar ook brede "paden". Het eerste deel van de route loopt vooral door loofbos afgewisseld met naaldbos. Onderweg kunt u mooi uitkijken over de vele zandvlaktes met daarin schilderachtige bomen. 4 Bij wilde zwijnen duurt de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. De frislingen worden geboren tussen maart en april, na een draagtijd van 113-114 dagen. Zeugen krijgen vaak 8-12 jongen per worp, wat ook overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, dan kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen. 5 Bij wilde zwijnen duurt de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. De frislingen worden geboren tussen maart en april, na een draagtijd van 113-114 dagen. Zeugen krijgen vaak 8-12 jongen per worp, wat ook overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, dan kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen. 6 1 Bij wilde zwijnen duurt de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. De frislingen worden geboren tussen maart en april, na een draagtijd van 113-114 dagen. Zeugen krijgen vaak 8-12 jongen per worp, wat ook overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, dan kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen. 4 1 Wilde zwijnen leven in groepen die rotten worden genoemd en bestaan uit vrouwtjes met hun jongen en een- en tweejarige zwijnen. Een typische rotte bestaat uit twee à drie vrouwtjes en de groep bestaat vaak uit ongeveer twintig individuen. Groepen van groter dan 50 individuen zijn echter vastgesteld. Keilers leven buiten de paringstijd meestal solitair. Onvolwassen mannetjes kunnen zich soms in los groepsverband ophouden. 6 1 Bij wilde zwijnen duurt de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. De frislingen worden geboren tussen maart en april, na een draagtijd van 113-114 dagen. Zeugen krijgen vaak 8-12 jongen per worp, wat ook overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, dan kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...

Alle categorieën

Toon alle categorieën