De IJsheiligen komen eraan. Het gaat om de kans op nachten met vorst en vooral vorst aan de grond, maar of dat nog van toepassing blijft in een opwarmend klimaat is nog wel de vraag.
Afgelopen nacht was het weer koud. Op anderhalve meter meethoogte is op sommige plaatsen de temperatuur tot rond of net boven het vriespunt gedaald: in Heino werd het afgelopen nacht 1,5 graden, in Eelde 1,9 graden en in Wijk aan Zee kwam het tot precies 0,0 graden. Dat zijn dus de metingen van de officiële meetstations van het KNMI.
Aan de grond kwam het zelfs tot lichte vorst in vooral het westen, oosten en noorden. In Wijk aan Zee was het ook aan de grond het koudst met een minimumgrondtemperatuur van 2,5 graden.

De minimumtemperatuur op anderhalve meter en de minimumgrondtemperatuur op 10 cm hoogte van afgelopen nacht.
Op andere niet-officiële meetstations waren zelfs nog lagere waarden gemeten. Zo kwam het zelfs tot matige vorst in de duinpan bij Castricum aan Zee met een minimumtemperatuur van 7,6 graden, een nieuwe recordlaagte voor de maand mei.
Een duinpan is een komvormige laagte of dal tussen zandduinen, die ontstaat door de wind die zand verplaatst. Ze worden vaak omringd door hogere duinruggen, waardoor er een beschutte ruimte ontstaat. De bodem hiervan bestaat uit duingrond. Deze factoren dragen allemaal bij dat tijdens een heldere nacht de temperatuur in zo'n duinpan flink kan dalen - veel lager dan op de officiële meetstations voor weergegevens.

(Nacht)vorst en mist afgelopen nacht aan de kust (foto: John Dalhuijsen, Zandvoort)
Sinds het begin van de metingen was het nog nooit zo koud in mei op een officiële meetstation van het KNMI. Het record stamt van 9 mei 1944 toen (toevallig ook in Castricum!) een minimumtemperatuur van -5,4 graden werd gemeten. Dat record blijft nu nog staan.
Nog meer ijskoude nachten
Het is al mei en je zou misschien denken dat de vrieskoude nachten van de winter afgelopen moeten zijn, maar dat is dus nog niet het geval. Afgelopen nacht was het dus weer koud en ook de komende nacht kan het opnieuw tot vorst aan de grond komen. Op meethoogte verwachten we minima tussen de 2 en 5 graden in het oosten en noordoosten. Plaatselijk kan het misschien nog kouder zijn.

De nachten daarna worden geleidelijk iets minder koud. In de nacht naar zaterdag zou het plaatselijk nog tot vorst aan de grond kunnen komen. Daarna liggen de minima iets hoger. Volgende week gaat de temperatuur echter weer wat omlaag met kans op lichte vorst op klomphoogte (10 cm boven het aardoppervlak) en dat valt dan in de IJsheilige periode.
Een bekend tuinweetje
Het is een bekend tuinweetje dat de vorstgevoelige planten pas na de IJsheiligen naar buiten mogen. Voor die tijd is het risico dat de planten kapot vriezen nog groot.
De IJsheiligen is de periode van 11 tot en met 14 mei. Deze dagen zijn gebaseerd op de verjaardagen van een viertal Katholieke Heiligen. Over het algemeen wordt aangenomen dat er na deze dagen, geen nachtvorst meer voorkomt. 
De vier IJsheiligen (Llorenzi via Wikipedia).
De naam, IJsheiligen, is aan de vier katholieke heiligen Mamertus, Pancratius, Servatius en Bonifatius van Tarsus gegeven omdat hun naamdagen van 11 tot en met 14 mei zijn. In het verleden trad er vaak nachtvorst tijdens deze periode op. Vandaar dus "IJs"-heiligen. In sommige landen is er zelfs nog een 5e heilige. Namelijk, Sophia van Rome. Haar dag valt op 15 mei.
Leerlingen van Galileo hebben de "mythe" van vorst rond de IJsheiligen bevestigd door de weerpatronen van de meimaand van 1655 tot en met 1670 te onderzoeken. Ook nu is het nog een van de bekendste begrippen in de volksweerkunde.
Nachtvorst tussen mei en september
Als het gaat om vorst op klomphoogte, dus 10 cm boven het aardoppervlak, spreken we van vorst aan de grond, oftewel nachtvorst. Doorgaans wordt de laagste temperatuur gemeten een half uur na opkomst van de zon. De bodem heeft dan maximaal de tijd gehad om af te koelen en de zon heeft dan nog niet voldoende kracht om de aarde te verwarmen.
Verder koelt de lucht boven de bodem door uitstraling sneller af dan de lucht op 1,5 meter. Hierdoor gebeurt het vaak dat de gemeten grastemperatuur lager is dan de normale temperatuur.
Gemiddeld komt in mei 3 keer nachtvorst voor. Gedurende de zomermaanden gebeurt het doorgaans ook een aantal keer per jaar, maar in de periode 20 juli tot 21 augustus is nog nooit nachtvorst geconstateerd.
Vanaf september neemt de kans op nachtvorst weer toe, met natuurlijk veel kans hierop in de herfst en winter. Kortom, vorst in mei is helemaal niet gek en kunnen de vorstgevoelige plantjes tot na de IJsheiligen beter beschermt blijven.
IJsheiligen en klimaatverandering
Vorstdagen in mei zijn echter een zeldzaamheid geworden. Vóór de jaren 80 vroor het in De Bilt gemiddeld één keer in de twee jaar in mei. Momenteel is dat één keer in de zes jaar! Sterker nog, de laatste vorstdag in het voorjaar is de afgelopen dertig tot veertig jaar gemiddeld 10 dagen naar voren verschoven. Deze verschuiving past in de trend van toenemende temperaturen in Nederland - een directe gevolg van door de mens veroorzaakte klimaatverandering.
Heel af toe komt vorst op of na de IJsheiligen nog voor, maar in een verder opwarmend klimaat wordt de kans steeds kleiner. De verwachting, oftewel klimaatscenario's volgens het KNMI is dat in het jaar 2050 de laatste vorstdag in het voorjaar tussen 22 april en 4 mei komt te vallen. Ook het aantal dagen met (nacht)vorst neemt sterk af.
De kans op nachtvorst wordt langzaam steeds kleiner.
Bronnen: KNMI, Weerverteller.nl
