Zojuist, om XX:XX uur, werd het in XXXXXX 25,X graden. Daarmee is de eerste lokale zomerse dag een feit, want daarvoor moet het op één van de officiële meetpunten in ons land 25,0 graden of warmer worden. Gemiddeld gebeurt dit op 1 mei, dus de eerste zomerse dag valt dit jaar ruim drie weken te vroeg. Ook was het in ruim 100 jaar tijd niet zo warm op deze datum.
Gisteren werd al de eerste warme dag van het jaar genoteerd met temperaturen van 20,0 graden of meer. Westdorpe was de warmste plek van het land met 22,9 graden. Met een aanvoer uit het zuiden wordt vandaag vanuit Frankrijk dus nog warmere lucht aangevoerd.
Het datumrecord van 9 april staat op naam van 1894, toen werd in Winterswijk 25,8 graden gemeten. In de ruim 130 jaar daarna is het in ons land nooit zo warm geweest op deze datum als vandaag. Op 9 april 1969 werd het in Eindhoven namelijk 24,8 graden.
Even geleden
De laatste keer 25 graden in ons land was op 20 september, dat is dus alweer even geleden. Vorig jaar waren we er ook al vroeg bij, met de eerste zomerse temperaturen op 12 april. In 2024 gebeurde dit zelfs al op 6 april. In 2023 moest worden gewacht tot 22 mei en in 2022 tot 9 mei.
Kijken we naar de periode vóór 9 april, dan was het alleen in 1894, 1926, 1946, 1968, 2011, 2020, 2021 en 2024 eerder in de lente dan dit jaar 25 graden geworden. Vijf jaar geleden werd het bijna recordvroeg zomers warm. Op 31 maart noteerde Arcen 26,1 graden, de warmste dag ooit gemeten in maart. Dit was opvallend, want de lente van 2021 als geheel verliep koud en relatief sneeuwrijk.
De vroegste lokale zomerse dag ooit gemeten blijft echter 29 maart 1968, met in Venlo en Gemert een maximumtemperatuur van 25,6 graden.
Steeds vroeger
Door de klimaatverandering komen zomerse dagen steeds vroeger. Dertig jaar geleden was 17 mei gemiddeld de eerste dag met zomerse temperaturen in ons land, tegenwoordig is dat 1 mei.
Waar de eerste lokale zomerse dag dus al in maart kan vallen, duurt het soms veel langer. In 1984 moest men tot 19 juni wachten op de eerste zomerse temperaturen ergens in het land.
Helemaal niet zomers
Overigens is het in de vorige eeuw een aantal keer voorgekomen dat de 25 graden op sommige plekken überhaupt niet werd gehaald. In Den Helder lukte dat niet in de jaren 1910, 1916, 1940, 1956 en 1963. In Vlissingen werd in 1907 en 1965 de zomerse grens niet gehaald.
Recordkoud bleef het in 1962 op het Friese weerstation Kornwerderzand. De hoogste temperatuur van het jaar viel toen op 18 juni en bedroeg hooguit 22,7 graden. Zoiets is in het huidige klimaat ondenkbaar.
Meer zomerse warmte in het oosten
Het aantal zomerse dagen per jaar varieert sterk per regio. In het huidige klimaat (gemiddelde 1991 t/m 2020) komt het op de Waddeneilanden tot slechts 9 zomerse dagen per jaar. In De Bilt zijn het er gemiddeld 28, en in het Noord-Limburgse Arcen 42.
Liefhebbers van zomerse warmte zitten in het zuidoosten en oosten dus duidelijk beter dan in de kustgebieden, waar regelmatig koelere lucht van zee wordt aangevoerd. Overigens telt een plek als Schiphol in het huidige klimaat bijna evenveel zomerse dagen (22) als Maastricht 30 jaar geleden (23 dagen).
De 'eindeloze zomer' van 2018 telde recordveel zomerse dagen. Weerstation Arcen noteerde er maar liefst 89! Op de tweede plaats staat de uitzonderlijk warme zomer van 1947. De weerstations Winterswijk en Venlo hadden toen 72 zomerse dagen.
