April 2026 was een bijzonder droge en zeer zonnige lentemaand. De zon scheen gemiddeld over het land 257 uur tegen 196 uur normaal. Daarmee hoort de maand bij de 5 zonnigste grasmaanden sinds het begin van de metingen. De laatste 10 dagen waren zelfs recordzonnig. Verder viel landelijk maar 8,6 mm tegen 41 mm normaal. Alleen in 2007 en 1976 was april nog droger.
In De Bilt viel maar op 4 dagen meetbare neerslag. Met 2,4 millimeter was het daar zelfs de op één na droogste april, alleen in 2007 viel nog iets minder. Op sommige plekken in Zuid-Holland en Utrecht viel slechts 1 mm. In het noorden, oosten en in Limburg was het iets minder droog. Beek was met 27 mm de natste plek.

Dit tekort aan hemelwater heeft direct zichtbare gevolgen voor de natuur en de landbouw. Zelden waren er in april zoveel natuurbranden als dit jaar. Dit kwam vooral later in de maand door het zonnige weer en de schrale oostenwind. Daardoor verdampte ook veel vocht. De luchtvochtigheid was daarbij zeer laag. In Gilze-Rijen was de luchtvochtigheid op 30 april slechts 13%, een record voor april.

Dit jaar staat op een derde plek in de top-10 droogste aprilmaanden.
De maand staat in schril contrast met twee jaar geleden. Toen viel gemiddeld 93 mm en daarmee hadden we de natste april sinds 1903.
Uitzonderlijk zonnig
De zon scheen landelijk 257 uur tegen 196 uur normaal. Rotterdam en Hoek van Holland waren de zonnigste plekken met 268 zonuren. Alleen in 2007, 2011, 2020 en 2025 scheen de zon nog meer. Het record staat op 2020 met 287 zonuren.

Tussen 21 en 30 april scheen de zon maar liefst 117,5 uur en dat was een record voor de derde helft van april. Het oude record was 116 zonuren in 1984.

Dit jaar staat op een vijfde plek in de top-10 zonnigste aprilmaanden.
Het fraaie voorjaarsweer heeft wel een serieuze keerzijde in de vorm van een oplopend neerslagtekort, dat momenteel 78 millimeter bedraagt. Daarmee hoort 2026 bij de 5% droogste jaren in deze tijd van het jaar. Op 1 mei was het neerslagtekort alleen in 2007, 2011, 2020 en 2025 groter.
Dit jaar zitten we qua neerslagtekort al ver boven het gemiddelde (blauw) en lopen we in lijn met recordjaar 1976 (rood). Groen is de grens van 5% droogste jaren.
April was een hele stabiele maand zonder grote temperatuurschommelingen. In De Bilt schommelde de temperatuur overdag regelmatig rond de 15 graden. Dat de warmte niet verder doorzette, kwam hoofdzakelijk door de aanhoudende invloed van een relatief koude noordenwind. Toch is de maand wel aan de warme kant geëindigd, met gemiddeld 10,6 graden tegen 9,9 graden normaal. 
De hoogste temperaturen van de maand werden relatief vroeg geregistreerd. Op 9 april steeg het kwik in Woensdrecht en Eindhoven naar een zomerse 23,6 graden. De Bilt telde 3 warme dagen van 20 graden of meer, tegen 5 normaal. Gilze-Rijen telde er 8.
In de nachten was het beeld echter anders; door de heldere hemel kon het lokaal nog flink afkoelen. Op neushoogte (1,5 meter) werd in De Bilt geen vorst geregistreerd (normaal 4 keer), maar aan de grond kwam het vaker tot temperaturen onder het vriespunt. Op andere plekken in het binnenland vroor het wel op normale waarneemhoogte. De laagste temperatuur van de maand werd direct aan het begin genoteerd: in Twente daalde het kwik op 1 april tot -2,4 graden. In Eelde vroor het 7 nachten, tegen 5 normaal.
