Zojuist om 14:20 uur steeg de temperatuur in De Bilt tot 30,9 graden en uiteindelijk werd het 31,1 graden. Daarmee is het oude datumrecord van 30,7 graden uit 2018 verbroken en dit is het zevende datumrecord van dit jaar. Afgelopen dinsdag kwam het ook al tot een warmterecord. Door de klimaatverandering worden vrijwel alleen nog maar warmterecords verbroken. Het laatste kouderecord komt uit 2022.
Zeer warme lucht afkomstig uit Frankrijk heeft ons land bereikt, daardoor is het op grote schaal tropisch warm. De warmste plek van het land is weerstation Ell in Midden-Limburg met 33,7 graden. Het warmterecord over alle weerstations stond op 33,5 graden, gemeten in Volkel in 2017. In de maand mei is het alleen in 1944 en in 1922 nog heter geweest. In 1944 werd het op 30 mei in Gemert 34,3 graden. Verder werd het op 23 mei 1922 in Vlissingen 34,9 graden en op 24 mei 1922 in Gemert en Sittard 35,6 graden.
Zoals verwacht is het in bijna het hele land tropisch, met temperaturen tot ruim 33 graden aan toe. Vanuit het westen volgt in de middag afkoeling.
Dit jaar telt alweer zeven warmterecords. De nacht van 27 februari verliep niet eerder zo zacht in De Bilt. Daarna was het op 2, 3, 4 en 5 maart niet eerder zo warm, een bijzondere serie van 4 warmterecords op rij.

De verhouding tussen het aantal warmte- en kouderecords is deze eeuw behoorlijk scheef. Let op, dit is een momentopname! Zodra een nieuw record wordt verbroken in 2026, wordt deze van een eerder jaar weggesnoept.
Na een periode zonder extreme warmte, pakt mei de draad weer op met een officieel datumrecord op 26 en 29 mei.
Wat zegt een datumrecord?
Datumrecords zeggen behalve dat het op een bepaalde dag veel warmer of kouder dan gemiddeld is, niks over klimaatverandering. Ook schommelen de records behoorlijk. Zo staat het datumrecord van 24 mei op 32,9 graden, terwijl dit een dag later 29,6 graden is.
De verhouding tussen het aantal warmte- en kouderecords zegt wel wat over klimaatverandering. Zonder klimaatverandering is dit aantal namelijk ongeveer hetzelfde. Zo werden in de jaren ’80 van de vorige eeuw jaarlijks gemiddeld zo’n 5 warmte- en 5 kouderecords verbroken. Kijken we naar deze eeuw, dan zijn er in totaal, als de maximum- en minimumrecords bij elkaar op worden geteld, 356 warmterecords geweest tegenover 33 kouderecords. Dat is een verhouding van bijna 11 warmterecords tegen nog maar 1 kouderecord.
66 warmterecords
De laatste jaren slaan alles. Sinds 2023 is het nooit meer tot een kouderecord gekomen, maar waren er wel 66 warmterecords. Het jaar 2024 bracht een grote bijdrage van 25 warmterecords, het hoogste aantal sinds 1901. Vorig jaar waren er 16 warmterecords.
Ter vergelijking: in 1956 werden 24 kouderecords gevestigd, vooral door de extreem koude februarimaand van dat jaar. In die maand werd een reeks van 6 recordkoude nachten op rij gemeten, zoiets is daarna nooit meer gebeurd.
