Afgelopen jaren kampte de aarde met recordwarmte: sinds het begin van de metingen was het nog nooit zo warm. In 2024 werd zelfs de drempel van anderhalve graad overschreven. Hoewel dat alleen één jaar in een serie was, zijn de jaren eromheen ook zeer warm geweest en dat duidt mogelijk op een versnelling in de opwarming van de aarde.
De opwarming van de aarde wordt steeds duidelijker. 2025 was het op twee na warmste jaar sinds het begin van de metingen, zowel wereldwijd als in Europa. De afgelopen drie jaar – 2024, 2023 en 2025, in die volgorde – waren de warmste jaren ooit gemeten wereldwijd.
Sterker nog, de gemiddelde wereldwijde temperatuur in deze periode lagen meer dan 1,5 graden boven het pre-industriële niveau (de jaren 1850 tot en met 1900). Dit is de eerste keer dat een periode van drie jaar de drempel van 1,5 graden overschrijdt. Dat blijkt uit het klimaatrapport dat Copernicus recent had uitgegeven. Copernicus is het aardobservatieprogramma van de Europese Unie, oftewel de Europese klimaatdienst.
Deze drie warmste jaren vormen deel van een serie van 11 vrij warme jaren: het is wereldwijd de warmste 11 jaar sinds het begin van de metingen. Daarnaast warmt Europa aanzienlijk sneller op dan het wereldwijde gemiddelde.

Het verschil tussen wereldwijd de gemiddelde luchttemperatuur per jaar en het gemiddelde van het per-industriële tijdperk (1850-1900) sinds 1940. Hieruit is duidelijk te zien dat het vooral de afgelopen 3 jaar opvallend warm was. (Bron: C3S/ECMWF van Copernicus)
Precies hoe warm was 2025 dan?
De gemiddelde wereldtemperatuur in 2025 was volgens Copernicus 14,97 graden. Dit is 0,59 graden hoger dan het gemiddelde van 1991-2020 en 1,47 graden hoger dan het gemiddelde van 1850-1900. Dat laatste is vooral noemenswaardig, want het zijn namelijk dichtbij de drempel van 1,5 graden van de klimaatdoelstelling van Parijs. Deze doelstelling gaat erom de opwarming het liefst niet boven anderhalve graad te laten uitkomen.
Vooral in de poolstreken was de temperatuur opvallend hoog, met een recordhoogte in het Antarctisch gebied en de op één na hoogste in het Arctisch gebied. Dat komt doordat er weinig zee-ijs aanwezig was in allebei poolgebieden. Zee-ijs reflecteert namelijk het zonlicht, waardoor het zeewater minder warmte vanaf de zon opneemt. Bij weinig zee-ijs wordt er dus ook minder zonlicht teruggekaatst, waardoor de oceaan extra wordt opgewarmd.

Jaarlijkse gemiddelde temperatuurafwijking van het klimaatgemiddelde (voor de periode 1991-2000) voor de twee poolgebieden. Afgelopen jaar was het recordwarm in Antarctica en in het Noordpoolgebied was 2025 de op één na warmste sinds begin van de metingen. (Bron: C3S/ECMWF van Copernicus)
Warmste drie jaar sinds begin metingen
Vorig jaar volgde op twee extreem warme jaren. 2024 was het warmste jaar met een gemiddelde temperatuur van 15,1 graden, gevolgd door het jaar 2023 met een gemiddelde temperatuur van 14,98 graden. Daarmee was 2024 ook het eerste jaar dat de grens van 1,5 graden opwarming gepasseerd is.
Verder zijn wereldwijd alle maandelijkse gemiddelde temperatuurrecords de afgelopen drie jaar verbroken. Januari 2025 was wereldwijd de warmste januarimaand sinds het begin van de metingen. Verder waren maart, april en mei vorig jaar de op één na warmste maanden voor de tijd van het jaar.

Wereldwijd de gemiddelde maandelijkse temperatuuranomalieën. Het is dus het verschil tussen de gemiddelde maandelijkse temperatuur en het klimaatgemiddelde. Roodachtige tinten duiden maanden met relatief hogere gemiddelde temperaturen aan, terwijl blauwe tinten lager dan gemiddelde maandelijkse temperaturen aanduiden. Hieruit is duidelijk te zien dat de afgelopen jaren ook per maand warmer dan gemiddeld waren. (Bron: C3S/ECMWF via Copernicus)
Maar is anderhalve graad opwarming nou echt zo erg?
Als je kijkt naar één punt (of plaats), dan is er een soms een groot verschil tussen de dag- en nachttemperatuur, misschien zelfs 10 graden of meer. Neem je de gemiddelde temperatuur over een tijdperk, wordt dit verschil kleiner. Neem je een gemiddelde temperatuur over een tijdperk op meerdere plaatsen, worden de effecten van "uitschieters", nog kleiner en krijg je een beter beeld van de trend. Dat is precies wat een klimaatgemiddelde temperatuur doet. De uitschieters zijn dan niet zo zichtbaar, maar je krijgt een goed beeld over een verandering in een langere tijd. En gezien dat het in het geval van wereldwijd de gemiddelde temperatuur gaat, kan een tiende van een graad al een (groot) verschil maken.
Om inzicht te krijgen of en welke veranderingen er zijn, kijkt men naar de trend over meerdere decennia. De variatie in de tijd wordt dus uitgemiddeld. En daarom kun je niet op basis van één extreem warm jaar zeggen dat de opwarming helemaal door het dak gaat. Maar tijdens of na een vrij koude periode (zoals eerdere deze maand) kun je ook niet zeggen dat de aarde niet opwarmt. Het is belangrijk om te over een tijdperk van een aantal jaar te kijken.
De afgesproken 1,5 graad is niet willekeurig gekozen. Wetenschappers hebben vastgesteld dat de gevolgen van twee graden opwarming veel ernstiger zullen zijn dan als de opwarming onder de 1,5 graad blijft. Zo zal bij 2 graden opwarming het koraal wereldwijd verdwijnen, kunnen grote ijskappen onomkeerbaar smelten met versnelde zeespiegelstijging tot gevolg, en zullen weersextremen fors toenemen.
Warmste drie jaren: wat betekent dat voor het Klimaatakkoord?
Het Copernicus-rapport waarschuwt dat, bij het huidige tempo van opwarming, de limiet van 1,5 graden voor de wereldwijde opwarming op lange termijn, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs, al aan het einde van dit decennium bereikt zou kunnen worden. Dat zou meer dan tien jaar eerder zijn dan verwacht toen het akkoord werd ondertekend. Dit betekent dat de opwarming van de aarde steeds sneller gaat dan eerst bedacht.
