Frislingen

Frislingen

Bij wilde zwijnen duurt de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. De frislingen worden geboren tussen maart en april, na een draagtijd van 113-114 dagen. Zeugen krijgen vaak 8-12 jongen per worp, wat ook overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, dan kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen.

Door: Regina Vastenhout
Gemaakt: 07-06-2020, 1809x bekeken
Bekijk slideshow
De bruin zandoogjes komen in vrij grote dichtheden voor, op vliegplaatsen van 60 tot ruim 300 exemplaren per hectare, soms worden er boven de 1000 op een hectare waargenomen. Zijn naam verraadt waar je hem moet zoeken. Een rietzanger is een echte rietvogel en het is niet alleen zijn leefgebied, het is ook zijn broedgebied. De boerenzwaluw is een echte boerenlandvogel, een luchtacrobaat van het boerenerf. De nesten worden bij voorkeur gemaakt in boerenschuren, loodsen en dergelijke waar ze in en uit kunnen vliegen. Van april tot oktober verblijven zij in Nederland, de winter wordt in zuidelijk Afrika doorgebracht. 1 Lieveheersbeestjes hebben een ronde, vaak halfbolvormige vorm met korte pootjes die net als de kleine antennes onder het dek- en nekschild kunnen worden teruggetrokken. Ze hebben vaak rode, gele, witte, zwarte en oranje kleuren en zijn vaak gestippeld. Lieveheersbeestjes hebben een ronde, vaak halfbolvormige vorm met korte pootjes die net als de kleine antennes onder het dek- en nekschild kunnen worden teruggetrokken. Ze hebben vaak rode, gele, witte, zwarte en oranje kleuren en zijn vaak gestippeld. Het bruin zandoogje is een veelvoorkomende vlindersoort in Nederland, die te vinden is op een verscheidenheid aan locaties, van bosranden en parken tot bermen, dijken en ruige graslanden. De vlinder is herkenbaar aan de bruine kleur van de vleugels en het karakteristieke oogmerk, het donkere vlekje, op de voorvleugels. Het bruin zandoogje komt voor van de vroege lente tot de herfst, afhankelijk van het weer en de aanwezigheid van geschikte habitats.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...