Frislingen.

Frislingen.

Bij wilde zwijnen duurt de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. De frislingen worden geboren tussen maart en april, na een draagtijd van 113-114 dagen. Zeugen krijgen vaak 8-12 jongen per worp, wat ook overeen met het aantal tepels dat een zeug heeft. Oudere zeugen krijgen grotere worpen. Het aantal jongen is ook afhankelijk van de voedselsituatie en de conditie van de zeug in de periode van bevruchting. Meestal krijgt een zeug één worp per jaar, maar mocht de eerste worp vroeg verloren gaan, dan kunnen de zwijnen nog in de zomer een tweede worp krijgen. Tegen kou kunnen pasgeboren zwijntjes redelijk goed, maar niet tegen (veel) regen, zeker niet in combinatie met wind en lage temperaturen.

Door: Regina Vastenhout
Gemaakt: 07-06-2020, 1683x bekeken
Bekijk slideshow
Aangezien je als pararmotorvlieger gebonden bent aan de indeling van het luchtruim is een gedegen kennis hiervan noodzakelijk. Daarnaast zal een stukje grond moeten worden gevonden waar je met toestemming van de eigenaar en de burgemeeester vanaf mag starten en landen. Er zijn twee versies van paramotors: de voetstarter en de trike. Bij de voetstarter draagt de vlieger de motor als een rugzak op de rug en wordt er met de benen van de vlieger gestart en geland. De paramotortrike is een soort driewieler waar de vlieger in zit. De motor zit dan gemonteerd op de trike zelf. Er zijn twee versies van paramotors: de voetstarter en de trike. Bij de voetstarter draagt de vlieger de motor als een rugzak op de rug en wordt er met de benen van de vlieger gestart en geland. De paramotortrike is een soort driewieler waar de vlieger in zit. De motor zit dan gemonteerd op de trike zelf. 2 Om op te kunnen stijgen loopt een knobbelzwaan eerst over het wateroppervlak van een plas of sloot, of over de grond, terwijl hij met zijn vleugels slaat. Het opstijgen vergt van de zwaan veel energie. Knobbelzwanen vliegen in één lijn, met de lange hals vooruit gestrekt en met krachtige vleugelslagen. Als ze eenmaal in de lucht zijn, maken hun vleugels een laag zingend geluid 12 2 Om op te kunnen stijgen loopt een knobbelzwaan eerst over het wateroppervlak van een plas of sloot, of over de grond, terwijl hij met zijn vleugels slaat. Het opstijgen vergt van de zwaan veel energie. Knobbelzwanen vliegen in één lijn, met de lange hals vooruit gestrekt en met krachtige vleugelslagen. Als ze eenmaal in de lucht zijn, maken hun vleugels een laag zingend geluid Het Veluwemeer is een langwerpig meer tussen de noordelijke Veluwe en Oostelijk Flevoland.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...