Deze zomer stond in Zuid-Europa in het teken van hitte en natuurbranden. In totaal ging binnen de Europese Unie zo’n 1 miljoen hectare in vlammen op, waarmee dit het zwaarste natuurbrandseizoen was sinds het begin van de metingen in 2006.
Begin april hadden we in Nederland te maken met een grote natuurbrand bij de Ginkelse Heide, maar vergeleken met de enorme branden deze maand in Zuid-Europa, was deze relatief klein... (Foto: Herman Stöver)
Recordoppervlak afgebrand
Maar liefst 1 miljoen hectare is binnen de Europese Unie afgebrand deze zomer, een record sinds de metingen in 2006 begonnen. Om dit enorme oppervlak in perspectief te plaatsen: het is ongeveer even groot als de provincies Gelderland, Overijssel en Utrecht samen. Het brandseizoen begon in februari en maart al bovengemiddeld actief, maar in april, mei en juni was het relatief rustig. In juli nam de activiteit weer toe, maar er waren toen nog geen excessen. Die kwamen er wél in augustus, en in alle hevigheid.
Het verbrande oppervlak in hectares per jaar in de EU, sinds 2006. Dit jaar heeft het record uit 2017 gebroken, en er kan nog wat bijkomen aangezien het natuurbrandseizoen nog niet is afgelopen. (Bron: Copernicus EFFIS via BBC)
Augustus
Dit jaar sprong augustus er echt uit als het gaat om natuurbranden. Tot 5 augustus was in de EU zo’n 380 duizend hectare afgebrand; twee weken later was dat opgelopen tot ruim 1 miljoen hectare. Alleen al tussen 5 en 12 augustus ging 363 duizend hectare in vlammen op, een record voor een periode van één week. In de grafiek hieronder is duidelijk te zien hoe explosief het verbrande oppervlak is gestegen in augustus. Onder andere een brand in Zuid-Frankrijk was begin augustus vrij groots in het nieuws, die legde toen 17.000 hectare in de as en was daarmee de grootste in Frankrijk sinds 1949. Ook onder andere Cyprus, Griekenland en Turkije hadden te maken met hevige natuurbranden.
De cumulatieve verbrande oppervlakte in de Europese Unie deze zomer. De blauwe lijn is het gemiddelde tussen 2006 en 2024, de rode lijn is 2025. Te zien is dat het meeste oppervlak in de twee weken tussen 5 en 19 augustus in vlammen is opgegaan. (Bron: Copernicus EFFIS)
Iberisch Schiereiland
Binnen Europa werden Spanje en Portugal het zwaarst getroffen: samen zijn ze goed voor ongeveer twee derde van het totale verbrande oppervlak in de EU dit jaar. In beide landen is wel vijf tot zes keer zoveel in vlammen opgegaan als gemiddeld. In Portugal gaat het om bijna 3% van het totale landoppervlak. Ter vergelijking: als in Nederland 3% van het land zou afbranden, zou dat betekenen dat de hele Veluwe in de as zou liggen – en Portugal is ook nog eens een stuk groter dan Nederland.
Het meeste is tussen 5 en 19 augustus afgebrand. Hiermee overlapt de piek van de natuurbranden met de extreme hittegolf die het Iberisch Schiereiland eerder deze maand teisterde. Deze hittegolf was ongekend met tussen 7 en 18 augustus dagelijks temperaturen rond of boven de 40 graden in het binnenland. Volgens de Spaanse weerdienst was het de meest intense hittegolf die het land ooit heeft meegemaakt.
Alle omstandigheden kwamen samen voor een “perfecte storm”: na een droge lente verdampte het resterende vocht in de vegetatie tijdens de hittegolf, waardoor de vegetatie extreem brandbaar werd. Daarnaast zorgde de regelmatig aanwezige wind voor een snelle verspreiding van het vuur. Meerdere Europese landen, waaronder Nederland, boden hulp aan om de branden in Spanje en Portugal te bestrijden.
Satellietbeelden van 15 augustus, toen de natuurbranden in Spanje en Portugal in volle hevigheid woedden. Ze veroorzaakten grote bruine rookwolken die met de wind mee werden gevoerd naar het noorden. (Bron: NASA)
Er werden heel veel brandweerlieden ingezet in Spanje om het vuur te bestrijden. (Foto: Susana Vera)
Klimaatverandering
Klimaatverandering speelt ook een rol bij de extreme natuurbranden van deze zomer. Lange droge periodes en hevige hittegolven komen steeds vaker voor, waardoor het risico op branden toeneemt. Uit een recent onderzoek blijkt dat de warme, droge en winderige omstandigheden, die de verspreiding van de branden in Griekenland, Turkije en Cyprus veroorzaakten, ongeveer 22 procent intenser waren als gevolg van door de mens veroorzaakte klimaatverandering. Van Spanje en Portugal zijn deze gegevens nog niet bekend, maar verwacht wordt dat het daar niet veel anders is.
Bovendien ontstaat er een vicieuze cirkel. Bij de branden in de EU is tot nu toe dit jaar al meer dan 38 miljoen ton CO₂ uitgestoten. Deze extra CO₂ komt in de atmosfeer terecht en versterkt het broeikaseffect, wat leidt tot nog drogere en warmere omstandigheden. Die omstandigheden maken het ontstaan en de verspreiding van nieuwe natuurbranden makkelijker, waardoor er opnieuw CO₂ vrijkomt. Zo versterkt het ene probleem het andere.