Het noodweer van afgelopen zaterdagavond en de nacht naar zondag was heel heftig. Windstoten tot boven de 100 kilometer per uur en hagelstenen tot wel 5 centimeter. Hoe kwam het dat het zo zwaar uitpakte? In deze blog leggen we het je uit.
De ene onweersbui is de andere niet. Dat hebben we afgelopen weekend -en vorige week vrijdag- wel ontdekt. In bliksemontladingen zit enorm veel energie. Dat is zoveel en zo krachtig dat we 'm niet kunnen opvangen. Als dat wel zou kunnen, zou je met een forse bliksem heel Nederland 10 minuten lang van stroom kunnen voorzien.
Bliksemontladingen worden door het KNMI gemeten. Omdat de metingen vroeger minder betrouwbaar waren, kun je niet zeggen dat er een recordaantal bliksems was, maar we hebben van afgelopen weekend wel een precies aantal.
413.660 bliksemontladingen
Als we kijken naar het aantal bliksemontladingen, dan waren dat er 413.660 om precies te zijn. Dat is gemeten in een gebied waar naast Nederland ook een deel van België en Duitsland onder vallen, maar desalniettemin is het extreem veel.
Hieronder zie je twee kaartjes, de bliksemontladingen van zaterdag 27 juni en die van zondag 28 juni. Dat komt doordat een deel van het onweer zaterdag overdag en 's avonds kwam, en een deel in de nacht naar zondag.
Bliksemontladingen op 27 juni. Bron: KNMI
Bliksemontladingen op 28 juni. Bron: KNMI
Ter vergelijking: Bij het onweer van vorige week vrijdag -wat ook al heftig was- waren het er bijna 200.000. Nu dus meer dan 2 keer zoveel. Daarbij worden overigens alle bliksems geteld, dus niet alleen degenen die de grond raken, maar ook bliksems tussen wolken onderling.
Waarom zo heftig?
Er zijn een paar redenen waarom dit noodweer zo heftig was. De belangrijkste factoren voor het ontstaan van onweer: temperatuur en vocht. Laten we ze alle twee eens nader bekijken.
De temperatuur gaat over het verschil in temperatuur tussen het aardoppervlak en de top van de wolk. Hoe groter dat verschil, hoe meer energie er voorhanden is om de onweersbui en de bijbehorende verschijnselen als hagel en windstoten te produceren. Is dit meer dan 40 graden dan heb je een zeer grote kans op onweer en hagel.

Nieuw-Vennep, Nellie Bartels
Afgelopen zaterdag was de temperatuur aan het aardoppervlak tegen de 35 graden. In de top van de wolk kan het zomaar -30 of -40 graden zijn. Vergis je daarbij niet in de hoogte van een onweerswolk. Die bedroeg afgelopen weekend ruim 17 kilometer. Dat is ook van belang voor de zwaarte van de windstoten en de grootte van de hagelstenen.
Vocht gaat over hoeveel waterdamp er in de lucht zit om intense regen en hagel te kunnen vormen. Afgelopen weekend was er al heel veel vocht in de lucht; vandaar het benauwde weer. Op enig moment draaide de wind ook nog naar het westen, waardoor nog vochtiger lucht vanaf de oceaan werd aangevoerd.
Kan dit vaker?
Dan is natuurlijk de vraag: Gaan we dit vaker zien? Het antwoord is kort en bondig: Ja. Door de opwarming van de aarde neemt het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en de top van de wolk toe. En dat betekent dat er meer energie voor het ontstaan van onweer voorhanden is.
En dan is er ook nog een natuurkundige wet: warmere lucht kan meer vocht bevatten. En meer vocht betekent meer regen of hagel. Daarmee worden de twee belangrijkste voorwaarden voor het ontstaan van zeer zware onweersbuien steeds krachtiger. En dus zullen we er vaker mee te maken krijgen.
