Gisteren startte de astronomische zomer en al snel volgt het echte zomerweer. Het kwik loopt op naar lokale 30-ers op donderdag in het oosten en zuidoosten. Maar de lucht wordt ook meteen heel vochtig en dan wordt je al snel getrakteerd op zomerse onweer. De weermodellen hebben veel moeite met de timing, de locatie en de snelheid van de buien. Vlak van te voren kun je met Buienradar nog inschatten of je dekking moet zoeken. Maar wist je dat je een onweersbui ook kunt voelen aankomen?

De Buienradar kijkt in principe naar de regen die al gevallen is. Je kunt een prognose vooruit maken door gebruik te maken van weermodellen. Zeker met buien die snel kunnen ontstaan, hebben de weermodellen echter veel moeite de juiste timing en koers te pakken te krijgen. Het feit dat er telkens zoveel verschil in zit, geeft al aan dat de atmosfeer roerig is en dat er veel factoren een rol spelen of het warm genoeg wordt, of de buien genoeg voeding krijgen en wat de wisselwerking is.

In dit soort gevallen is 'nowcasten' het beste. Dat wil zeggen goed kijken naar de recente ontwikkelingen op de satelliet, op de Buienradar (dus niet de prognose!) en vooral naar de lucht kijken. Dan heb je voor kort vooruit (tot een uur) de beste verwachting. Je kunt je zintuigen goed gebruiken bij dat 'nowcasten'. Allereerst het zicht. Onweersbuien groeien naar 10 tot 14 km hoogte, zodat je in Amersfoort bij vrij uitzicht de bui letterlijk kunt zien hangen boven Zeeland.

Onweersbuien hebben een typische vorm: doordat het bovenin harder waait dan onderin de atmosfeer, waaiert de top vooruit. Dat is het kenmerkende aambeeld. Vaak zie je aan de onderkant van die top uitgesproken mammatus (bolvormige uitzakkingen).

Als de onderzijde dichterbij komt, zie je een dikke kraag van wolken. Die rollen letterlijk naar je toe. Als je niet veel kunt zien, dan kun je het ook nog voelen. Voor de bui uit verandert de wind van kracht en richting. Door de dalende luchtstroom in de grote bui en doordat de regen de lucht wegduwt, gaat het voor een bui uit ineens harder waaien. Je merkt ook dat het wat kouder wordt (dat is de koude lucht uit hogere luchtlagen die naar de grond wordt geduwd - in plaatje hieronder oranje pijlen).

Soms hoor je het ook: vogels worden ineens stiller. Koeien gaan ook met kun kont naar de bui toestaan. Sommige mensen voelen ook de verandering in luchtdruk (door alle luchtverplaatsingen) en krijgen hoofdpijn of pijn in de gewrichten. Als de lucht dan ook groener wordt en verkeerslichten veel feller, dan weet je dat er een zware jongen aankomt met ook hagel erbij. Even schuilen is dan het beste dat je kunt doen.

De grootte van de hagel wordt bepaald door hoe vaak een hagelsteentje in de bui op en neer is geslingerd door de luchtstromingen. Je voelt dus eerst de wind aantrekken, dan kan het gaan hagelen en daarna (veel) regenen en donderen. Met wat pech komt er ook nog een reeks broertjes en zusjes achteraan. In tegenstelling tot wat sommigen beweren: onweersbuien kunnen niet blijven hangen. Maurice Middendorp geeft toelichting in de uitzending van RTL Z:
