Het klimaatdoel voor 2030 was ooit een verre stip op de horizon, maar die toekomst is nu dichtbij. Volgens de nieuwste Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2025 gaat Nederland het wettelijk vastgelegde klimaatdoel, in 2030 55% minder uitstoot van broeikasgassen dan in 1990, zeer waarschijnlijk niet halen. Met het huidige beleid – het zogeheten basispad (de plannen die al zijn uitgewerkt) – komt Nederland uit op een vermindering van 45 tot 53%. En er is nog weinig concreets in de pijplijn om deze uitstaat van CO2 drastischer te verminderen. De kans dat het doel van 55% wordt gehaald is daardoor kleiner dan 5%.
Het klimaatdoel van Nederland voor 2030, zoals vastgelegd in de Klimaatwet, is een belangrijke mijlpaal in de strijd tegen klimaatverandering. Deze klimaatwet is op 1 september 2019 vastgelegd en Nederland voor zichzelf een duidelijk doel: in 2030 moest de uitstoot van broeikasgassen met 55% zijn verminderd ten opzichte van 1990. Dat doel had als stevige stap richting een klimaatneutrale samenleving in 2050 moeten zijn. Het moest zorgen voor schonere energie, minder vervuiling en een duurzamere toekomst.
Dit doel is niet zomaar gekozen; het sluit aan bij internationale afspraken zoals het Akkoord van Parijs uit 2015, waarin landen wereldwijd beloofden de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, liefst 1,5 graad. Nederland heeft dit vertaald naar nationale doelen voor 2030 en 2050, waarbij het einddoel is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Klimaatneutraal wil zeggen netto geen uitstoot van broeikasgassen meer. Het klimaatdoel van 2030 is dus een tussenstap in een veel grotere wereldwijde inspanning om klimaatverandering te beperken. Het maakt deel uit van een bredere Europese strategie, waarin de EU streeft naar een reductie van 55% in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050, maar nu lijken we het doel in 2030 al niet te gaan halen.
Uitstoot broeikasgassen in Nederland volgens IPCC. Momenteel stoten we nog rond 144 megaton CO2 equivalent uit. In de 2030 staat dit doel op 101 megaton (zie groene puntje). Bron: CBS
Verduurzaming loopt vast
Windenergie op zee is een belangrijke pijler van de energietransitie. Er staan nu windparken met een vermogen van 5 gigawatt (GW) op de Noordzee. In eerdere plannen werd uitgegaan van 12 GW in 2030, maar dat is nu bijgesteld naar 10 GW. Daardoor zal in 2030 slechts 60% van de elektriciteit uit duurzame bronnen komen, terwijl eerder 70% of zelfs 85% werd verwacht. Een vergunning voor het windpark Zeevonk is ook aangepast, waardoor nog eens 1 GW wegvalt. Voor 2040 heeft de regering de ambitie voor wind op zee verlaagd van 50 GW naar 30–40 GW. Dit vertraagt de energietransitie aanzienlijk.
Onzekerheid over subsidies
Juist nu de energietransitie moeilijker wordt, dreigt een belangrijke subsidieregeling te verdwijnen. Door bezuinigingen van het kabinet-Schoof komt de SDE++-regeling (Subsidie Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) vanaf 2027 waarschijnlijk zonder extra geld te zitten. Deze regeling is cruciaal voor het verduurzamen van energie en industrie. Persoonlijke afspraken tussen overheid en bedrijven nemen teveel tijd in beslag en politieke onzekerheid over de CO₂-heffing maakt bedrijven terughoudend om te investeren.
Meer duurzame energie, minder afhankelijkheid
We willen qua energiebronnen minder afhankelijk zijn van energie uit het buitenland. Door vertraging bij windparken op zee zal het aandeel duurzame energie in 2030 uitkomen op 29–36%, terwijl het doel 39% is. Toch is dit een flinke stijging ten opzichte van de huidige 20%. Hierdoor wordt Nederland minder afhankelijk van energie uit het buitenland. Nu komt bijna 80% van onze energie van buitenaf. In 2030 daalt dat naar onder de 70% en dit is vergelijk met de situatie vóór het stoppen van gaswinning in Groningen. Maar als de verduurzaming na 2030 stagneert, blijft die afhankelijkheid helaas bestaan. Je ziet dat we de laatste jaren meer gebruik maken van duurzame energie. Vooral het aandeel windenergie en zonne-energie is flink toegenomen. Toch is het minder dan oorspronkelijk 'begroot' was door het kabinet. Bron: CBS
Energiebesparing verdient meer aandacht
Gericht beleid op energiebesparing is hard nodig. Dat helpt niet alleen om uitstoot en afhankelijkheid van import te verminderen, maar ook om energiekosten voor huishoudens en bedrijven te verlagen. Tot nu toe lag de focus vooral op het verminderen van uitstoot, niet op besparen. In 2024 is het energieverbruik weer iets gestegen, en in 2030 zal het naar verwachting ongeveer gelijk blijven. Elektrificatie van woningen en vervoer helpt, maar wordt tenietgedaan door de groeiende vraag naar stroom door datacenters en luchtvaart. De kans dat Nederland het Europese doel voor lager energieverbruik haalt, is dan ook klein (ongeveer 10%).
Europees klimaatdoel wél binnen bereik
Nederland ligt wél op koers om het Europese klimaatdoel te halen. Dit doel is onderdeel van de Effort Sharing Regulation (ESR), een Europese regeling die landen verplicht om uitstoot te verminderen in sectoren die niet onder het Europese emissiehandelssysteem vallen. Deze regelen vraagt om 48% minder uitstoot in 2030 dan in 2005. Tussen 2021 en 2030 mag hierdoor in Nederland maximaal 829 megaton CO2 worden uitstoten. Met 781 tot 816 megaton blijven we hier ruim onder. Een klein schouderklopje dus, maar ook geluk bij een ongeluk; de tijdelijke daling van CO2 uitstoot door corona en de hoge gasprijzen hebben hierin namelijk een aanzienlijke bijdrage geleverd.
