Het is deze zomer al vaak erg warm geweest en er zijn al meerdere warmterecords verbroken. Maar hoe meet je nu precies hoe ‘warm’ een seizoen is geweest? Daarvoor gebruikt het KNMI het warmtegetal: een simpel hulpmiddel dat de gemeten zomerwarmte tussen 1 april en 31 oktober omzet in één helder getal.
Hoe wordt het berekend?
Het warmtegetal geeft de totale hoeveelheid warmte weer gemeten van april tot en met oktober. Om dit cijfer te berekenen, kijken we naar de etmaalgemiddelde temperatuur in De Bilt. Alleen de dagen waarop die gemiddelde temperatuur boven de 18,0 °C uitkomt, leveren punten op. Het aantal graden boven die grens vormt de dagscore. Een dag met een gemiddelde temperatuur van 21,3 °C levert bijvoorbeeld 3,3 punten op. Blijft de gemiddelde temperatuur van een dag onder 18 °C, dan komen er die dag geen warmtepunten bij. Aan het einde van oktober worden al die dagscores opgeteld tot één totaalcijfer.
Waar wordt het voor gebruikt?
Meteorologen gebruiken het warmtegetal voornamelijk om de warmteproductie van verschillende jaren met elkaar te kunnen vergelijken. Het helpt om in één oogopslag te zien of een zomer bovengemiddeld warm is verlopen. Wel is het belangrijk om te weten dat het puur een maat voor temperatuur is. Het houdt geen rekening met neerslag, zonuren, wind of luchtvochtigheid, waardoor een zonovergoten droge dag met frisse nachten soms minder punten scoort dan een benauwde dag met veel regen.
De tegenhanger: het koudegetal
Zoals het warmtegetal de zomer in kaart brengt, zo meet het koudegetal de strengheid van de winter. In de periode van 1 november tot en met 31 maart worden alle daggemiddelde temperaturen die onder het vriespunt zakken (dus onder 0,0 °C) opgeteld, maar dan zonder het minteken. Een dag met een gemiddelde van -2,5 °C levert zo 2,5 punten op. Waar een warm jaar dus zorgt voor een hoog warmtegetal, levert een koude winter juist een hoog koudegetal op.
Trends van de afgelopen jaren
Kijken we naar de cijfers van de afgelopen eeuw, dan valt een duidelijke klimaattrend op: de warmtegetallen lopen gestaag op. Sinds 1980 neemt het gemiddelde warmtegetal met zo'n 12 punten per decennium toe. De meerderheid van de hoogste scores ooit gemeten valt na 1980, terwijl de laagste warmtegetallen juist allemaal van vóór dat jaar werden gemeten. Tegenwoordig wordt het steeds eerder in het jaar al heel warm, waardoor de vroege maanden meer bij dragen aan het totaal, een direct gevolg van het opwarmende klimaat.
Het jaarlijkse warmtegetal met trendlijn sinds 1901, tot 6 september 2022. Het warmtegetal loopt hard op sinds de jaren 80. Bron: KNMI
