Damhert

Damhert

Het damhert is groter dan een ree en kleiner dan een edelhert. De kop-romplengte is 130 tot 170 centimeter en de schofthoogte 85 tot 110 centimeter. Het damhert kan 45 tot 100 kilogram zwaar worden, bij hoge uitzondering tot 130 kilogram. De staart is vrij lang: 16 tot 19 centimeter. Het mannetje (hertenbok of schoffelaar genaamd - aan schaufler, Duits jagersjargon, ontleend -, naar de vorm van het gewei van volwassen dieren) wordt over het algemeen zwaarder dan het vrouwtje (hinde genaamd).

Door: Regina Vastenhout
Gemaakt: 14-11-2021, 505x bekeken

Meer foto's van Regina Vastenhout

Bekijk slideshow
2 Vallende regendruppels worden vaak afgebeeld in de vorm van tranen of peren. Dit is echter geen juiste voorstelling. Kleine regendruppels zijn vrijwel bolvormig, waarbij de oppervlaktespanning groter is naarmate de diameter kleiner is. Vanaf een zekere grootte worden ze in de val door de luchtweerstand aan de onderkant afgeplat. Bij heel grote druppels kan zelfs een soort paraplu-vorm voorkomen. 1 Of een wolk grijs of wit kleurt heeft te maken met de waterdruppeltjes in de wolk. Hoe groter de druppels zijn en des te meer druppels er in de wolk zitten des te grijzer zal de wolk aan de onderkant kleuren. Dit komt doordat het zonlicht geblokkeerd wordt door de waterdruppels. Wat dat betreft zegt de kleur van de onderkant van een wolk dus veel over de kans dat er snel regen uit zal vallen. 1 ijlganzen zijn vaal grijsbruin gekleurd met roodbruine bovendelen. Op de borst zit een donkere vlek en de kop en hals zijn lichter, met een opvallende donkere vlek rondom het oog. De vleugels zijn zwart met een groenglanzende spiegel en een groot wit vlak. Roze, lange poten. Heeft vaak een opgerichte houding. Jonge nijlganzen zijn lichter van kleur en hebben geen vlekken rond oog en op de borst. De knobbelzwaan kan een spanwijdte van 2,40 meter bereiken. Hij is 140 tot 160 cm groot. Met zijn lange nek kan hij ver onder water reiken. Met 10 tot 12 kg behoort de knobbelzwaan tot de zwaarste vliegende dieren. Hij is ongeveer even groot als de wilde zwaan, maar veel groter dan de kleine zwaan. De knobbelzwaan is wit en heeft een oranjerode snavel. De kop en hals hebben een lichtgele schijn. Of een wolk grijs of wit kleurt heeft te maken met de waterdruppeltjes in de wolk. Hoe groter de druppels zijn en des te meer druppels er in de wolk zitten des te grijzer zal de wolk aan de onderkant kleuren. Dit komt doordat het zonlicht geblokkeerd wordt door de waterdruppels. Wat dat betreft zegt de kleur van de onderkant van een wolk dus veel over de kans dat er snel regen uit zal vallen. 3 Zilvermeeuwen eten van alles: in hun natuurlijke kustomgeving vooral mosselen, kokkels, krabbetjes en wormen; in de stad allerlei afval. Ze vissen zelf niet of nauwelijks, maar lusten wel degelijk vis en visafval. Zoals alle andere meeuwensoorten eten ze zo veel mogelijk, soms zo veel dat ze niet meer kunnen vliegen. Vermoedelijk is dat om een voorraad te hebben in geval het voedselgebied niet bereikbaar is: bijvoorbeeld een wadplaat die niet droogvalt.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...