Hinde met haar jong

Hinde met haar jong

Edelherten eten plantaardig voedsel: het zijn herbivoren. Ze voeden zich met gras, zegge, bies, heide, boomschors, knollen, wortels, vruchten, zaden, knoppen, scheuten en loof van bomen en struiken zoals wilg, spar en hulst en landbouwgewassen. In bosrijke gebieden is het percentage schors, knoppen, zaden en scheuten groter dan in meer open gebieden. Grassen en kruiden vormen overal de hoofdmoot.

Door: Regina Vastenhout
Gemaakt: 09-06-2021, 1118x bekeken

Meer foto's van Regina Vastenhout

Bekijk slideshow
1 In het wild komt zwarte mosterd voor op open, vochtige, voedselrijke plaatsen langs rivieren en in bermen. 3 De zon is pas volledig ondergegaan op het moment dat de hele zonneschijf niet meer te zien is, waardoor de dagduur gemiddeld iets langer is dan de nacht; de nacht begint pas als de zon helemaal onder is en eindigt al op het moment dat het eerste stukje zon te zien is. Door reflectie in de atmosfeer blijft het nog wel enige tijd licht, waardoor zonsondergang niet gelijkstaat aan het moment wanneer het donker wordt. 2 De zon is pas volledig ondergegaan op het moment dat de hele zonneschijf niet meer te zien is, waardoor de dagduur gemiddeld iets langer is dan de nacht; de nacht begint pas als de zon helemaal onder is en eindigt al op het moment dat het eerste stukje zon te zien is. Door reflectie in de atmosfeer blijft het nog wel enige tijd licht, waardoor zonsondergang niet gelijkstaat aan het moment wanneer het donker wordt. 5 Edelherten eten plantaardig voedsel: het zijn herbivoren. Ze voeden zich met gras, zegge, bies, heide, boomschors, knollen, wortels, vruchten, zaden, knoppen, scheuten en loof van bomen en struiken zoals wilg, spar en hulst en landbouwgewassen. In bosrijke gebieden is het percentage schors, knoppen, zaden en scheuten groter dan in meer open gebieden. Grassen en kruiden vormen overal de hoofdmoot. 44 Edelherten eten plantaardig voedsel: het zijn herbivoren. Ze voeden zich met gras, zegge, bies, heide, boomschors, knollen, wortels, vruchten, zaden, knoppen, scheuten en loof van bomen en struiken zoals wilg, spar en hulst en landbouwgewassen. In bosrijke gebieden is het percentage schors, knoppen, zaden en scheuten groter dan in meer open gebieden. Grassen en kruiden vormen overal de hoofdmoot. 5 De kuikens hebben camouflagekleuren, die na enige tijd veranderen in het verenkleed van de ouders. Enkele dagen nadat ze uit het ei zijn gekomen kunnen de kuikens al zwemmen. Toch nemen de ouders de jongen vaak op de rug mee, zelfs tijdens het duiken. Op de rug zijn de kuikens beter beschermd tegen roofvissen en reigers. Na ongeveer tien weken zijn de jongen zelfstandig.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...