Jordi Huirne
Van tropennachten tot neerslagtekort: een terugblik op de recordzomer van 2026
31 aug 2026, 14:45
Voor vakantiegangers in eigen land was het alweer een mooie zomer, maar voor de natuur een ramp. De meteorologische zomer van 2026 loopt op zijn einde en laat een spoor van weerrecords achter. Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 19,3 graden, ruim 0,4 graden warmer dan het vorige record uit 2018, gaat deze zomer de boeken in als de warmste ooit gemeten. Meerdere regionale hittegolven, zeer hoge temperaturen en veel zonneschijn leidden tot droogte en schade in de natuur.
Met landelijk gemiddeld 167 mm neerslag ten opzichte van de gebruikelijke 235 mm was het opmerkelijk droog. Dit vertaalde zich in een sterk oplopend neerslagtekort. Waar juni nog 81 mm regen bracht, vaak door plaatselijke en zware onweersbuien met soms grote hagelstenen, noteerde juli slechts 17 mm en augustus 69 mm. Vanaf begin juli viel op sommige plekken ruim zes weken lang bijna geen druppel regen.
Het totaal aantal warme, zomerse en tropische dagen viel opvallend hoog uit. De Bilt registreerde 81 warme dagen met een temperatuur van 20 graden of hoger, aanzienlijk meer dan de normale 64 dagen. Alleen de zomer van 2003 telde er met 83 nog net iets meer. Tussen 16 juni en 18 augustus werd bovendien een historische reeks neergezet: 64 warme dagen op rij, waarmee het oude record uit 2018 (60 dagen) werd verbroken.
Ook de zomerse dagen (25 graden of meer) waren ruim vertegenwoordigd. De Bilt noteerde er 37, tegen een gemiddelde van 22. In 1947 en 1976 lag dit aantal op 41. In het zuiden van het land liepen de waarden nog verder op: Maastricht en Ell bereikten 50 zomerse dagen, al behoudt Arcen het record met 55 dagen in 2018.
31 tropische dagen
Aan tropische dagen (30 graden of meer) telde De Bilt er 11, ruimschoots boven het normaal van 5. Enkel 1947, 1976 en 2006 kwamen hoger uit met 13 tropische dagen. Het zuiden van Nederland beleefde een ongekende hitteperiode. Maastricht en Ell noteerden 24 tropische dagen en braken daarmee het oude record van Arcen uit 1995 (23 dagen). Op landelijk niveau werd op maar liefst 31 dagen ergens in het land de 30 graden overschreden. Dit komt neer op één op de drie zomerdagen.
Vanaf 1 juni werden in De Bilt maar liefst tien datum-warmterecords gebroken, waarvan de helft gedurende de nacht. De absolute piek van de zomer viel op 26 juni: De Bilt stijgt naar 36,8 graden en in Ell werd een indrukwekkende 39,4 graden gemeten. Het stokoude junirecord uit 1947 van 37,9 graden, gemeten in Venlo, werd hiermee verpletterd. Voor De Bilt betekende dit de warmste junidag ooit en pas de tweede extreem warme junidag sinds het begin van de metingen.
Qua maandgemiddelden eindigde juni op de tweede plaats ooit gemeten met 19,1 graden (normaal 16,2 graden). Juli pakte de achtste plek met 19,7 graden (normaal 18,3 graden) en augustus sloot de rij in de top 10 met 19,0 graden (normaal 17,9 graden). Op 14 augustus steeg het kwik in De Bilt tot 35,2 graden, waarmee het maandrecord uit 1990 (35,3 graden) nipt bleef staan. Westdorpe noteerde die dag 37,7 graden, een nieuw record voor de tweede decade van augustus. Het landelijke augustusrecord blijft op naam van Warnsveld staan (38,6 graden op 23 augustus 1944).
Zwoele zomernachten
Niet alleen overdag, maar ook 's nachts bleef de warmte lang hangen. Van 24 tot en met 27 juni werden vier opeenvolgende nachtelijke junirecords gebroken. In Maastricht zakte de temperatuur op 27 juni niet onder de 22,9 graden, waarmee het recent gevestigde record uit Horst en Maastricht (22,8 graden) direct werd aangescherpt. De Bilt beleefde voor de allereerste keer sinds 1901 een reeks van drie tropennachten op rij.
Vier regionale hittegolven
Hoewel De Bilt slechts één officiële hittegolf doormaakte (van 18 tot en met 29 juni), was het in het zuiden nog een stuk warmer. Er werden vier regionale hittegolven genoteerd: van 16 juni t/m 1 juli, van 6 t/m 17 juli, van 28 juli t/m 6 augustus en van 8 t/m 16 augustus.
Inclusief de regionale hittegolf in mei komt het jaartotaal tot nu toe op vijf, een evenaring van het historische record uit 1947. In 1947 kwam de laatste hittegolf pas in september, maar werden in de zomermaanden ook vier regionale hittegolven gemeten in het zuidoosten en oosten van het land.
Opmerkelijk fenomeen: vorst aan de grond midden in de zomer
Tussen al het geweld van de hitte viel er op 21 juli een bijzonder uiterste te noteren: op vliegbasis Twenthe koelde het tussen de grassprietjes af tot -0,1 graad. Vorst aan de grond in de periode tussen 20 juli en 21 augustus was niet eerder voorgekomen in de meetreeks, waardoor de vorstvrije periode dit jaar met twee dagen is verkort. Juist door de extreme droogte kan het niet alleen sneller opwarmen overdag, maar ook sneller afkoelen in de nacht.
In juli sloeg het weer om: met landelijk gemiddeld 17 mm neerslag (tegen de gebruikelijke 80 mm) werd het een van de droogste julimaanden ooit gemeten, enkel overtroffen door juli 2018 (10 mm). Augustus bleef met 69 mm eveneens onder het gemiddelde van 88 mm, maar vrijwel alle neerslag viel pas in de laatste paar weken. In Zandvoort viel 145 mm, maar in het binnenland regionaal minder dan 50 mm.
Door de neerslag van de afgelopen dagen horen we inmiddels niet meer tot de 5% droogste jaren, maar de droogte is nog lang niet voorbij.
Lokaal in Zeeland en op de westelijke Waddeneilanden liep het tekort op tot boven de 400 mm. Ook in onze buurlanden werden zulke tekorten gemeld, waardoor de rivieren in augustus niet eerder zo laag stonden. Het is dan ook niet gek dat hier en daar de helft van alle bomen bruin zijn geworden door de extreme droogte en hitte. Het is maar de vraag of de natuur nog kan herstellen na de zoveelste klap.


