Amara Onwuka
Steeds minder en jonger Noordpoolijs
03 okt 2026, 06:00
Het Arctische zee-ijs bereikte in september opnieuw een van de laagste niveaus sinds het begin van de satellietmetingen. De laatste twintig jaar springen er duidelijk uit. De ijsoppervlakte is minder groot en het ijs is duidelijk jonger.
Het zee-ijs rond de Noordpool heeft deze zomer opnieuw een bijzonder laag niveau bereikt. Op 12 september was nog ongeveer 4,6 miljoen vierkante kilometer van de Noordelijke IJszee met ijs bedekt. Daarmee komt 2026 op een gedeelde tiende plaats van jaren sinds de satellietmetingen eind jaren 70 als het gaat om weinig ijs.
De laatste 10 jaar lijkt de algehele daalsnelheid van de oppervlakte van het Noordpoolijs wel wat af te vlakken. Dit komt volgens onderzoekers door meer bewolking. Dit zorgde er de afgelopen jaren voor dat de zonnestraling in de zomer wat minder invloed had op de ijssmelt. Overigens is er geen sprake van herstel; het ijs blijft schommelen op een laag niveau.
Dat het zee-ijs juist in september zijn minimum bereikt, is logisch. Tijdens de lente en zomer smelt het ijs door de hogere temperaturen en de invloed van zonlicht steeds verder weg. Pas in het najaar wordt het weer koud genoeg om nieuw ijs te vormen. Daardoor ligt het jaarlijkse minimum meestal in september.
De Noordpool wordt niet voor niets weleens de thermostaat van de aarde genoemd. Het witte zee-ijs kaatst veel zonlicht terug de ruimte in, terwijl het donkere zeewater juist veel warmte opneemt. Ze noemen dit het Albedo-effect. Sneeuw en Zee-ijs hebben een hoog albedo en reflecteren 60 tot 90 % van de zonnewarmte. Bij zeewater is dit maar 4 tot 7%. Als er minder ijs ligt, is er meer donker water en warmt het gebied makkelijker verder op. Dat kan vervolgens weer extra ijs kosten. Zo versterkt de opwarming zichzelf. Het Noordpoolijs is daarom niet alleen een significante graadmeter voor klimaatverandering, maar speelt zelf ook een belangrijke rol in het klimaatsysteem.


