Zonsondergang.

Zonsondergang.

De zon is pas volledig ondergegaan op het moment dat de hele zonneschijf niet meer te zien is, waardoor de dagduur gemiddeld iets langer is dan de nacht; de nacht begint pas als de zon helemaal onder is en eindigt al op het moment dat het eerste stukje zon te zien is. Door reflectie in de atmosfeer blijft het nog wel enige tijd licht, waardoor zonsondergang niet gelijkstaat aan het moment wanneer het donker wordt.

Door: Regina Vastenhout
Gemaakt: 20-04-2019, 909x bekeken

Meer foto's van Regina Vastenhout

Bekijk slideshow
1 De tijd tussen het moment waarop de zon al onder is gegaan terwijl het nog niet helemaal donker is, heet de avondschemering: schemering is dus een overgangsfase en zonsondergang is een moment. Het duurt 3 tot 4 minuten vanaf het moment dat het eerste randje van de zon achter de horizon verdwijnt tot aan de ondergang. Het licht dat door het gat in wolken of een bladerdak, of langs een bergtop schijnt, moet worden verstrooid om dit effect te krijgen. Stof, sneeuw, regen of luchtmoleculen kunnen het licht verstrooien. Hoe helderder het is, des te verder het zonlicht de weg aflegt en des te beter de lichtstraal te zien is. Wolkenstralen, zonneharpen of jakobsladders, schemeringsstralen of crepusculaire stralen zijn een weersverschijnsel waarbij een invallende lichtbundel van de Zon door een gat in een omgeving met voldoende schaduwpartijen straalt. De schaduw wordt meestal veroorzaakt door bewolking waar een lichtstraal doorheen breekt en via een gat op het aardoppervlak schijnt. Andere jakobsladders kunnen worden gezien bij een bergtop of in een park of vochtig herfstbos waar lichtstralen van de Zon door gaten in het bladerdak komen. Een beginner in de sport wordt geleerd een para-landing fall te maken om geen breuken op te lopen. Een ervaren parachutist lukt het om de parachute zo af te remmen (flaren genoemd) dat hij gewoon af kan stappen, of slechts een paar passen hoeft te lopen. Na de vrije val zal de springer zijn parachute openen op ongeveer 3000 tot 5000 ft (900-1500 meter). Vlak voor de landing remt de parachutespringer af met zijn stuurlijnen. Daarmee wordt een opwaartse kracht (liftkracht) gecreëerd. De parachute gaat dan nog langzamer, er is dan bijna geen verticale snelheid meer, maar wel een horizontale snelheid. Afhankelijk van hoe hard de wind waait stapt de parachutist dan gewoon op de grond, of moet hij nog een stukje flink hardlopen. Er wordt als alles goed gaat dan ook altijd tegen de wind in geland. Na de vrije val zal de springer zijn parachute openen op ongeveer 3000 tot 5000 ft (900-1500 meter). Vlak voor de landing remt de parachutespringer af met zijn stuurlijnen. Daarmee wordt een opwaartse kracht (liftkracht) gecreëerd. De parachute gaat dan nog langzamer, er is dan bijna geen verticale snelheid meer, maar wel een horizontale snelheid. Afhankelijk van hoe hard de wind waait stapt de parachutist dan gewoon op de grond, of moet hij nog een stukje flink hardlopen. Er wordt als alles goed gaat dan ook altijd tegen de wind in geland.
 
Een moment geduld aub...
Een moment geduld aub...